Over Bijbels 

Wat is nu een goede Bijbel? Waarom zijn er zoveel verschillende Bijbels? Het maakt toch niet uit wat je leest?!

Als u mij een mailtje stuurt, dan stuur ik u graag wat extra info toe via de mail zodat u dit kunt gaan onderzoeken                paul@gelooft.nl

De Bijbel is, simpel gezegd, de gebruiksaanwijzing voor de mens

1 Er staat in wanneer en hoe Hemel en aarde en  mens en dier zijn geschapen.

2 Er staat een antwoord in op alle belangrijke levensvragen van de mens.

3 Er staat een exacte beschrijving in wat voor voedsel wij moeten eten en hoe we ons moeten/mogen gedragen.

4 Er staat in waar we na dit leven naar toe gaan en hoe we geoordeeld worden.

5 Het is een boek geschreven door Joden voor Joden (in eerste instantie).

6 Jeruzalem is de enige door God uitverkoren stad op aarde.

7 Israël is het enige door God uitverkoren volk/land.

De tegenstander van God, en dat is Satan of ook wel genaamd de duivel, probeert er alles aan te doen om de mensheid (en in het bijzonder Gods volk) te misleiden.

Door de gebruiksaanwijzing hier en daar te veranderen, kan hij al een hoop ellende teweeg brengen.(vervloekt is een ieder die aan Gods woord toevoegt  of afdoet, lees Openb.22:18-19)

Voor Nederland hebben we (helaas) maar één goede Bijbel en dat is de Statenvertaling (alle andere bijbels zijn door  Rome, in meer of mindere mate, aangepaste versies, ook de HSV...)

Voor de Engelstalige landen is het ook al simpel: alleen de King James Authorized Version (KJV AV) is kosher, al die andere honderden vertalingen kunnen in feite bij het oud papier. Toen ik erachter kwam dat Rome met alle moderne vertalingen geknoeid heeft heb ik mijn NIV en ASV (American Standard Version) inderdaad in de oudpapier-kliko gegooid.

HELAAS ZIEN VEEL MENSEN DOOR DE BOMEN HET BOS NIET MEER DOOR ALLE ROOMSE VERVALSINGEN.....

gallery/hsv 12 bible attack nl
gallery/hsv 11 twijfel nl

  ..

Zouden er werkelijk mensen zijn die dit gedaan hebben.......

Helemaal onderaan deze pagina staan enkele voorbeelden waarom o.a. de  NBG de NBV, maar ook de CJB (complete Jewish bible) in feite anti-Joodse

vertalingen zijn.

Maar ook de HSV is een foute vertaling. Zie deze website voor goede info hierover: javascript:void(0);/*1510268941338*/ 

Wilt u een duidelijk verhaal horen hoe Rome het voor elkaar gekregen heeft om de wereld te overspoelen met valse bijbels, dan is dit een duidelijk filmpje (Eng. gesproken):

Vindt u het nogal overdreven, dat 'valse bijbel verhaal'? 'Wat maakt dat nou uit, een versje (NBG) of een woordje (HSV) minder/anders?'

 Er zijn 3 bijbelversen die dit verbieden en wel: Gen 4:2   Gij zult tot dit woord, dat ik u gebiede, niet toedoen, ook daarvan niet afdoen; Spr 30:6  Doe niet tot Zijn woorden, opdat Hij u niet bestraffe, en gij leugenachtig bevonden wordt. Openb.22:18  Want ik betuig aan een iegelijk, die de woorden der profetie dezes boeks hoort: Indien iemand tot deze dingen toedoet, God zal hem toedoen de plagen, die in dit boek geschreven zijn.19  En indien iemand afdoet van de woorden des boeks dezer profetie, God zal zijn deel afdoen uit het boek des levens, en uit de heilige stad, en uit hetgeen in dit boek geschreven is.

Belangrijk is om alles te toetsen, dus ook (juist) mijn verhaal

Als we niet meer toetsen, lopen we de kans lui te worden en alles maar goed te praten. Vele christenen juichen het onderstaande al toe:

Wilt u het verder nog gaan toetsen, dan hier enkele links:

javascript:void(0);/*1486331912791*/   (website van: Bijbel en Geloof, een duidelijke uitleg over hoe er geknoeid is met de HSV )

Iemand heeft eens zoiets gezegd als: ‘Een volk dat zijn geschiedenis niet kent, heeft geen toekomst’.

Dit is een belangrijk stukje Joodse geschiedenis betreffende Gods Woord. (slechts één puntje of streepje verkeerd en de rol was onbruikbaar voor de eredienst wat een verschil met tegenwoordig....)

De tweede-eeuwse (n. Chr.) Rabbi Aquiba, die graag een exacte tekst wilde vervaardigen, schijnt gezegd te hebben dat “de nauwkeurige overdracht (Masoret) van de tekst een omheining rond de Thora is.” (Harrison, IOT, 211) Hele generaties van geleerden in het Judaïsme waren belast met het standaardiseren en voor het nageslacht bewaren van de overgeleverde tekst, waarbij ze elk mogelijk insluipen van fouten tegenhielden:

·         De Soferim (Schriftgeleerden) waren de Joodse behoeders van de tekst tussen de vijfde en de derde eeuw v. Chr.

·         De Zugoth (tekstgeleerden in “tweetallen”) kregen deze taak in de tweede en de eerste eeuw v. Chr.

·         De Tannaim (“herhalers” of “leraren”) waren actief tot rond 200 n. Chr. Zij bewaarden niet alleen het Oude Testament maar werkten ook aan de Midrasj (“tekstuitleg”), de Tosefta (“toevoeging”), en de 

Talmoed(“onderwijs”). Deze laatste is onderverdeeld in Misjna (“herhalingen”) en Gemara (“wat geleerd moet worden”). De Talmoed ontstond langzamerhand tussen 100 v. Chr. en 500 n. Chr. Het bewaren de Hebreeuwse Bijbel was een vanzelfsprekende taak voor de Tannaim, gezien het feit dat zij zich bezighielden met het compileren van verscheidene eeuwen van rabbijns onderwijs op basis van de Bijbelse tekst.

·         De Talmoedisten (100-500).

Geisler en Nix zeggen over de tweede fase van de oudtestamentische overlevering,9 van ongeveer 400 v. Chr. tot bijna 100 n. Chr.:

Na de eerste periode van de overlevering van het Oude Testament, die van de Soferim (ca. 400 v. Chr. – 200 n. Chr.) kwam de Talmoedische periode (ca. 100 n. Chr. – 500 n. Chr. ), die werd gevolgd door de bekendere overlevering van de Masoreten. Ezra werkte met de eerste groep, de Soferim, die werden gezien als de behoeders van de Bijbel tot na de tijd van Christus. Tussen 100 en 500 n. Chr. ontwikkelde zich de Talmoed (onderwijs, lering), als een geheel van Hebreeuwse burgerlijke en godsdienstige wetten gebaseerd op de Thora. De Talmoed is voornamelijk een weergave van de meningen en beslissingen van Joodse leraren van ongeveer 300 v. Chr. tot 500 n. Chr., en bestaat uit twee hoofdonderdelen: de Misjna en de Gemara. (Geisler, GIB, 306)

Tijdens deze periode werd heel wat tijd besteed aan het catalogiseren van de Hebreeuwse burgerlijke en religieuze wetgeving. De Talmoedisten hadden een uiterst ingewikkeld systeem voor het overschrijven van de rollen die in de synagoge gelezen werden.

In zijn beschrijving van de werkwijze van de Talmoedisten vermeldt Samuël Davidson ook hun uiterst gedetailleerde gedragsregels (Ik neem de door Geisler toegevoegde nummering over.):

[1] Een rol voor gebruik in de synagoge moet geschreven worden op huiden van reine dieren, [2] voor het specifieke gebruik van de synagoge geprepareerd door een Jood. [3] Ze moeten aan elkaar bevestigd worden met pezen van reine dieren. [4] Iedere huid moet een bepaald aantal kolommen bevatten, dat door de hele codex heen gelijk is. [5] De lengte van elke kolom mag niet minder dan 48 of meer dan 60 regels bedragen; de breedte moet 30 letters beslaan. [6] De hele kopie moet eerst gelinieerd worden; als drie woorden zonder liniëring geschreven zijn, is hij waardeloos. [7] De inkt moet zwart zijn, niet rood, groen of welke andere kleur ook, en volgens een voorgeschreven recept bereid zijn. [8] Het voorbeeld moet een authentiek manuscript zijn, waarvan de overschrijver niet in het minst mag afwijken. [9] Geen enkel woord of letterteken mag uit het hoofd worden opgeschreven, zonder dat de overschrijver naar de codex voor hem heeft gekeken. … [10] Tussen elke consonant moet een ruimte van een draad- of een haarbreed worden uitgespaard; [11] tussen elke parasja, of paragraaf, een breedte van negen consonanten, [12] tussen elk boek drie regels. [13] Het vijfde boek van Mozes moet precies op een regeleinde eindigen; voor de overige geldt dat niet. [14] Bovendien moet de kopiist een volledig Joods gewaad dragen, [15] zijn hele lichaam gewassen hebben, [16] niet met een zojuist in de inkt gedoopte pen de naam van God schrijven, [17] en wanneer een koning hem aanspreekt terwijl hij die naam schrijft, mag hij hem geen aandacht schenken. (Davidson, HTOT, 89)

Davidson voegt eraan toe dat “de rollen die niet aan deze voorwaarden voldoen, moeten worden begraven in de grond of verbrand; of ze worden naar de scholen verbannen om te dienen als leesboeken.”

De Talmoedisten waren er zo van overtuigd dat ze na het overschrijven van een handschrift over een exact duplicaat beschikten, dat ze de nieuwe kopie gelijkwaardig gezag toekenden.

Frederic Kenyon gaat in Our Bible and the Ancient Manuscripts uitgebreid in op de vernietiging van oude exemplaren:

Dezelfde extreme zorg die werd besteed aan het overschrijven van handschriften ligt ten grondslag aan de verdwijning van de vroegere exemplaren. Wanneer een handschrift was gekopieerd met de door de Talmoed voorgeschreven precisie, en vervolgens zorgvuldig nagekeken was, werd het aanvaard als gelijkwaardig 10aan alle andere kopieën. Als ze allemaal even goed waren, maakte ouderdom een handschrift niet waardevoller; in tegendeel, ouderdom was een nadeel, aangezien een handschrift in de loop van de tijd kon slijten of beschadigd raken. Een beschadigde of ondeugdelijke kopie werd onmiddellijk ongeschikt voor gebruik verklaard.

In elke synagoge bevond zich een “geniza” of rommelhok, waarin ondeugdelijke handschriften werden opgeborgen; en in deze bewaarplaatsen zijn in onze tijd enkele van de oudste overgeleverde handschriften gevonden. Dus in plaats van de oudste exemplaren van de Schrift als de meest waardevolle te beschouwen, was het bij de Joden gebruikelijk om de voorkeur te geven aan de nieuwste, omdat die beter en minder beschadigd waren. Eenmaal toevertrouwd aan de geniza vergingen de oude exemplaren vanzelf, ofwel door verwaarlozing of doordat ze opzettelijk verbrand werden wanneer de geniza overvol geraakt was.

Het ontbreken van heel oude exemplaren van de Hebreeuwse Bijbel hoeft ons dus niet te verbazen of te verontrusten. Wanneer we, naast de al genoemde oorzaken, ook denken aan de herhaaldelijke vervolgingen (met vernieling van veel bezittingen) die de Joden getroffen hebben, is de verdwijning van de oude handschriften voldoende verklaard, en we kunnen er vanuit gaan dat de resterende handschriften niet meer behoeden dan wat zij zeggen te behoeden – namelijk, de Masoretische tekst. (Kenyon, OBAM, 43)

“Eerbied voor de Schrift en respect voor de zuiverheid van de heilige tekst ontstond niet pas na de val van Jeruzalem.” (Green, GIOT, 173)

De Masoreten waren de Joodse geleerden die tussen 500 en 950 n. Chr. de tekst van het Oude Testament zijn uiteindelijke vorm gaven.

De vernietiging van de tempel in 70 n. Chr. en de verstrooiing van de Joden vormden een sterke aanzet voor (1) de standaardisering van de consonanttekst, en (2) de standaardisering van de punctuatie en de

invoeging van klinkertekens voor het veiligstellen van de correcte vocalisatie en uitspraak. Degenen die dit deden werden Masoreten genoemd omdat zij de mondelinge traditie (masora) met betrekking tot de juiste klinkers en accenten, en het aantal keren dat zeldzame woorden met ongebruikelijke spelling voorkwamen, op schrift stelden. Zij erfden de kale consonanttekst van de Soferim en voegden de klinkerpunten in, die elk woord zijn exacte uitspraak en grammaticale vorm gaven. Ze hielden zich zelfs enigszins bezig met tekstkritiek. Telkens wanneer ze dachten dat een in de consonanttekst vermeld woord onjuist was, corrigeerden ze het op een bijzonder vindingrijke manier. Ze lieten de oorspronkelijke consonanten ongemoeid, maar ze gaven het de klinkerpunten van het voorgestelde vervangende woord, terwijl ze de consonanten van het nieuwe woord in kleine lettertjes in de kantlijn schreven. (Archer, SOT, 63)

Er waren twee grote scholen of centra van Masoretische activiteit – grotendeels onafhankelijk van elkaar – de Babylonische en de Palestijnse. De bekendste 11 Masoreten waren de Joodse geleerden in het Galileese Tiberias, Mosje ben Asjer (met zijn zoon Aaron), en Mosje ben Naftali, in de late negende en de tiende eeuw. De Ben Asjertekst is de standaard Hebreeuwse tekst en is het beste weergegeven in de Codex Leningradensis B19 A (L) en de Aleppo Codex.

De tekst die de Masoreten bewerkten heet de “Masoretische tekst”. Deze Masoretische tekst is tegenwoordig de standaard Hebreeuwse tekst.

De Masoreten waren bijzonder gedisciplineerd. Ze behandelden de tekst met de grootst mogelijke eerbied en bedachten een ingewikkeld systeem van voorzorgsmaatregelen tegen overschrijffouten. Ze telden bijvoorbeeld het aantal malen dat elke letter van het alfabet in elk boek voorkwam; ze berekenden de middelste letter van de Pentateuch en de middelste letter van de hele Hebreeuwse Bijbel, en voerden zelfs nog gedetailleerdere berekeningen uit. “Alles wat telbaar is, lijkt geteld te zijn,” zegt Wheeler Robinson. Bovendien bedachten ze geheugensteuntjes waarmee de verschillende totalen gemakkelijk te onthouden waren. (Bruce, BP, 117)

De Masoreten konden nagaan of er ook maar één letter uit bijvoorbeeld het hele boek Jesaja of de hele Hebreeuwse Bijbel was weggelaten. Ze bouwden zoveel voorzorgsmaatregelen in dat ze wisten dat ze een exacte kopie hadden wanneer ze klaar waren met hun werk.

Sir Frederick Kenyon zegt:

Behalve dat ze varianten in lezing, overlevering of vermoedelijke tekst registreerden, voerden de Masoreten ook een aantal berekeningen uit die niet binnen het normale terrein van de tekstkritiek vallen. Ze becijferden het aantal verzen, woorden en letters van elk boek. Ze berekenden het middelste woord en de middelste letter ervan. Ze maakten een lijst van verzen die alle letters van het alfabet bevatten, of een bepaald aantal daarvan. Deze trivialiteiten, zoals we ze wel mogen beschouwen, leidden echter wel tot minutieuze aandacht voor de precieze overdracht van de tekst; ze vormen enkel een overdreven uiting van respect voor de heilige Schrift, wat op zich niets dan lof verdient. De Masoreten deden inderdaad hun best om geen jota of tittel, niet de kleinste letter of het kleinste onderdeeltje van een letter van de Wet verloren te laten gaan. (Kenyon, OBAM, 38)

Iets wat in bovenstaande bespreking van de Hebreeuwse handschriften en hun waarde als bewijsmateriaal steeds terugkomt is de Joodse eerbied voor de Schriften. De kwaliteit van het werk van de wetgeleerden was niet alleen te danken aan hun accuratesse in het overschrijven. Ze was ook het gevolg van hun haast bijgelovige eerbied voor de Bijbel. Volgens de Talmoed waren er niet alleen voorschriften voor het soort huiden dat gebruikt moest worden en het formaat van de kolommen, maar moest de schriftgeleerde zelfs een godsdienstig ritueel uitvoeren voordat hij de naam van God noteerde. Regels bepaalden het te gebruiken type inkt, schreven de spatiëring van de woorden voor, en verboden ook maar iets uit het hoofd op te schrijven. De regels – en zelfs de letters – werden zorgvuldig geteld. Als er ook maar één fout in een handschrift bleek te zitten werd het afgedankt en vernietigd. 12Dit formalisme was, in elk geval gedeeltelijk, verantwoordelijk voor de extreme zorg waarmee de Schrift werd overgeschreven. Het was ook de oorzaak van het feit dat er maar zo weinig handschriften zijn overgeleverd. (De regels eisten dat ondeugdelijke exemplaren vernietigd werden.) (Geisler, BECA, 552)

Flavius Josefus, de Joodse historicus die schreef in de eerste eeuw n. Chr., stelt

Wij leveren het praktische bewijs van onze eerbied voor onze eigen Geschriften. Want hoewel er al vele eeuwen voorbij gegaan zijn, heeft niemand geprobeerd ook maar één lettergreep toe te voegen, of te verwijderen, of te veranderen; en instinctmatig beschouwt iedere Jood ze, vanaf zijn geboortedag, als de wetten van God, om die te houden en er zo nodig met blijdschap voor te sterven. Telkens weer is gebleken dat gevangenen liever martelingen en dood in allerlei vorm ondergaan in de theaters, dan één woord te spreken tegen de wetten en de boeken die daarmee samenhangen. (Josefus, zoals geciteerd in JCW, 179, 180)

Josefus vervolgt met een vergelijking tussen het Hebreeuwse respect voor de Schriften en de manier waarop de Grieken tegen hun literatuur aankijken:

Welke Griek zou voor dezelfde zaak zoveel verdragen? Zelfs om de totale collectie geschriften van zijn natie van de ondergang te redden zou hij nog niet het minste letsel willen oplopen. Want voor de Grieken zijn het niet meer dan in elkaar gedraaide verhalen, afhankelijk van de grillen van hun schrijvers; en zelfs wat betreft de oudere geschiedschrijvers hebben ze daar gelijk in, als ze zien hoe sommigen van hun tijdgenoten het aandurven om gebeurtenissen te beschrijven waarmee ze niets van doen gehad hebben, zonder de moeite te nemen om informatie in te winnen bij diegenen die de feiten kennen. (Josefus, FJAA, zoals geciteerd in JCW, 181)

Maar toch hadden ook de oudste overgeleverde Masoretische handschriften, daterend van rond 1000 n. Chr. en later, het nodig dat hun nauwkeurigheid werd vastgesteld. Die vaststelling kwam met een verbazingwekkende ontdekking aan Israëls Dode Zeekust.

Hieronder  een paar voorbeeldteksten van de NBG  in vergelijking met de Statenvertaling:

Mat 20:16  NBG  Alzo zullen de laatsten de eersten en de eersten de laatsten zijn. 

 Mat 20:16  SV Alzo zullen de laatsten de eersten zijn, en de eersten de laatsten; want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren.

En deze uit het Lukas evangelie:

Luk 9:55 NBG Doch Hij keerde Zich om en bestrafte hen.

56  En zij gingen naar een ander dorp.

Luk.9:55 SV  Maar Zich omkerende, bestrafte Hij hen, en zeide: Gij weet niet van hoedanigen geest gij zijt.

56  Want de Zoon des mensen is niet gekomen om der mensen zielen te verderven, maar om te behouden. En zij gingen naar een ander vlek.

Vooral ook de teksten die juist het Joodse karakter bevestigen van het Nieuwe Testament worden flink aangepast…in onderstaande tekst is de link

naar het OT verwijderd

NBG Mat. 27:35  Nadat zij Hem gekruisigd hadden, verdeelden zij zijn klederen door het lot te werpen,

Mat. 27:35  Toen zij nu Hem gekruisigd hadden, verdeelden zij Zijn klederen, het lot werpende; opdat vervuld zou worden, hetgeen gezegd is door den profeet: Zij hebben Mijn

klederen onder zich verdeeld, en hebben het lot over Mijn kleding geworpen.

Er zijn duizenden woorden verdwenen in bijna alle moderne Nederlandse vertalingen! 

 Hieronder  een paar voorbeelden van de CJB  in vergelijking met de King James AV:

CJB = Complete Jewish Bible                 KJV = King James Version

CJB       Mat.     20:16 Thus the last ones will be first and the first last." 
KJV       Mat 20:16     So the last shall be first, and the first last: for many be called, but few chosen.

________________________________________________________________
CJB     Mat      27:35   After they had nailed him to the stake, they divided his clothes among them by throwing dice. 
 

KJV          Mat  27:35      And they crucified him, and parted his garments, casting lots: that it might be fulfilled which was spoken by the prophet, They parted my garments among  them,        and upon my vesture did they cast lots.

_________________________________________________________________

CJB      Marc          12:29-30    29 Yeshua answered, "The most important is, `Sh'ma Yisra'el, ADONAI Eloheinu, ADONAI echad [Hear, O Isra'el, the LORD our God, the LORD is

one],  30 and you are to love ADONAI your God with all your heart, with all your soul, with all your understanding and with all your strength.' 

KJV     Marc 12:29-30    29 And Jesus answered him, The first of all the commandments is, Hear, O Israel; The Lord our God is one Lord: 30 And thou shalt love the Lord thy God with all thy heart, and with all thy soul, and with all thy mind, and with all thy strength: this is the first commandment.

_________________________________________________________________
CJB   Marc  15:28         *                       (is only standing a asterix no text)


KJV   Marc 15:28   And the scripture was fulfilled, which saith, And he was numbered with the transgressors.
_______________________________________________________________

CJB 1Tim 3: 16  Great beyond all question is the formerly hidden truth underlying our faith: He was manifested physically

KJV 1Tim 3: 16  And without controversy great is the mystery of godliness: God was manifest in the flesh,

_______________________________________________________________

The connection between the old and new testament is partly  extinguished in the new translations, also the Jewish character and the fact that Yeshua is God.

The CJB is missing thousands of words compared with the KJV… 

Onderstaande link is naar een duidelijk stripje, wat een valse bijbelvertaling doen kan met iemands geloof!!

Laatste wijziging op: 24-09-2018 23:32